Meesterwerken

Medea

Eugène Delacroix
1838

Ze is door Jason, die voor de dochter van de koning van Korinthe gekozen heeft, verstoten en beslist dan, door razernij en wraakgevoelens verteerd, om de hals van hun twee zonen door te snijden. Delacroix heeft ervoor gekozen om dit uiterst gespannen moment vóór de moord af te beelden. De jonge vrouw weet dat ze haar achternazitten. Ze kijkt angstig. Haar houding straalt onrust uit. De kinderen spartelen om aan haar greep te ontsnappen. Over haar gezicht loopt een schaduw die op een soort masker lijkt. Deze schaduw is de waanzin die haar blind van woede maakt.

De opbouw van het werk is piramidaal. Wat doodeenvoudig lijkt, is eigenlijk het resultaat van twintig jaar studie naar dit thema. De kleurschakering is sober: de rode kleur van de drapering is kundig gecombineerd met het bruine landschap en de donkergroene jurk van Medea. In het midden van het door ledematen en huidvlakken gevormde lofwerk vormt de dolk de enige verticale as van het schilderij. 

Deze dolk steekt tegen de witte stof af en lijkt uit het doek te springen om de toeschouwer te waarschuwen voor het drama dat zich gaat voltrekken.

Het tragische onderwerp, de grandioze opbouw, de heftig gecontrasteerde verlichting en het sensuele modelé van de huidvlakken: alle ingrediënten voor een romantisch meesterwerk zijn in dit schilderij aanwezig.

Detail. Het museum is gelukkigerwijs ook in het bezit van de schets en eenendertig studietekeningen van het schilderij. De olieverfschets is met een grote vrijheid uitgevoerd en komt, hoewel de kunstenaar afziet van de cape die om het hoofd van de jonge vrouw heen draait, een aan de neoklassieken ontleend effect, met het voltooide werk overeen.

(Inventarisnummer: P 542)

Médée
Medea

Ze is door Jason, die voor de dochter van de koning van Korinthe gekozen heeft, verstoten en beslist dan, door razernij en wraakgevoelens verteerd, om de hals van hun twee zonen door te snijden. Delacroix heeft ervoor gekozen om dit uiterst gespannen moment vóór de moord af te beelden. De jonge vrouw weet dat ze haar achternazitten. Ze kijkt angstig. Haar houding straalt onrust uit. De kinderen spartelen om aan haar greep te ontsnappen. Over haar gezicht loopt een schaduw die op een soort masker lijkt. Deze schaduw is de waanzin die haar blind van woede maakt.

De opbouw van het werk is piramidaal. Wat doodeenvoudig lijkt, is eigenlijk het resultaat van twintig jaar studie naar dit thema. De kleurschakering is sober: de rode kleur van de drapering is kundig gecombineerd met het bruine landschap en de donkergroene jurk van Medea. In het midden van het door ledematen en huidvlakken gevormde lofwerk vormt de dolk de enige verticale as van het schilderij. 

Deze dolk steekt tegen de witte stof af en lijkt uit het doek te springen om de toeschouwer te waarschuwen voor het drama dat zich gaat voltrekken.

Het tragische onderwerp, de grandioze opbouw, de heftig gecontrasteerde verlichting en het sensuele modelé van de huidvlakken: alle ingrediënten voor een romantisch meesterwerk zijn in dit schilderij aanwezig.

Detail. Het museum is gelukkigerwijs ook in het bezit van de schets en eenendertig studietekeningen van het schilderij. De olieverfschets is met een grote vrijheid uitgevoerd en komt, hoewel de kunstenaar afziet van de cape die om het hoofd van de jonge vrouw heen draait, een aan de neoklassieken ontleend effect, met het voltooide werk overeen.

(Inventarisnummer: P 542)

Fermer

Les autres chefs-d’oeuvres